De opkomst van Q65: Haagse herrie met een rauw randje
In het voorjaar van 1965, midden in de roerige jaren zestig, ontstond in Den Haag een band die de Nederlandse popscene voorgoed zou opschudden: Q65. De naam, bedacht door gitarist Joop Roelofs, was een knipoog naar het oprichtingsjaar, maar de exacte herkomst is altijd een bron van discussie gebleven. Mogelijke inspiraties waren titels van Rolling Stones-nummers zoals “Route 66” en “Susie Q” of zelfs een verwijzing naar koper (chemisch symbool Cu) om de roestige klank van de band te benadrukken. Kort, krachtig en mysterieus: Q65.
Van woonboot tot podiumvuur
De band werd gevormd door Joop Roelofs en Frank Nuyens (gitaristen), Wim Bieler (zang en mondharmonica), Peter Vink (bas) en Jay Baar (drums). Ze repeteerden op de woonboot van Jay’s ouders in Den Haag, waar de blues en rauwe rock uit de speakers gierden. Hun eerste optreden vond plaats op 16 augustus 1965 in sociëteit Juuls in Poeldijk. Het publiek was nog aan het biljarten toen de eerste noten klonken — rock ’n roll was nog geen vanzelfsprekendheid. Maar Q65 had iets. Energie. Branie. Een ongepolijst geluid dat deed denken aan The Pretty Things en The Animals, maar dan met een Haagse tongval en een eigenzinnige flair.
De doorbraak: “You’re the Victor”
Producer Peter Koelewijn zag potentie en nodigde de band uit voor een proefopname. In nette pakken, maar met een rauwe attitude, namen ze “You’re the Victor” op. De single rammelde aan alle kanten, maar dat was juist de kracht. Het nummer bereikte eind 1965 de elfde plaats in de Top 40 en bleef dertien weken hangen. Hun tweede single, “The Life I Live”, werd een nog grotere hit. De band maakte een stunt van de promotie: zogenaamd per rubberboot naar Londen, zonder werkvergunning, en terug met veel media-aandacht. De claim dat 30.000 fans hen opwachtten bij aankomst op Scheveningen is overdreven, maar de enorme opkomst bewees hun populariteit. Het nummer bereikte de vijfde plaats en werd een Nederbeat-klassieker.
Revolution: een album met tanden
In 1966 verscheen hun debuutalbum Revolution. Een mix van stevige rhythm & blues en introspectieve tracks als “Sour Wine”. Het album verkocht naar verluidt 35.000 exemplaren — indrukwekkend voor die tijd. Q65 was niet alleen een live-sensatie, maar ook een studioband met karakter.
Ruw, rebels en roemrucht
De band stond bekend om hun provocerende reputatie. Hoewel het beeld van drugsgebruik en een ongepolijste podiumpresentatie deels bij hun imago hoorde, maakte hun rebelse karakter hen tot culthelden. Dit zorgde echter ook voor spanningen. De militaire dienstplicht van zanger Wim Bieler en interne conflicten leidden tot een tijdelijke breuk. Toch bleef de band actief. In 1967 scoorden ze nog een hit met “World of Birds” en in 1969 verscheen het album Revival. Hun laatste Top 40-notering kwam in 1970.
Erfenis van de Q
Q65 wordt vaak de “Nederlandse Pretty Things” genoemd, maar ze waren meer dan een imitatie. Ze gaven een gezicht aan de Haagse beat, brachten de underground naar de bovengrond en lieten zien dat Nederland ook rauwe rock kon maken met internationale allure. Hun invloed leeft voort in de Nederbeat-revival, in verzamelboxen en in de herinneringen van duizenden fans die ooit hun vonkende optredens meemaakten. Q65 was geen band voor de massa — het was een band voor de durvers, de dromers en de dwarsliggers.
