Korte biografie van Paul Da Vinci
Paul Da Vinci: de onzichtbare stem achter een wereldhit
Paul Da Vinci behoort tot die zeldzame artiesten wier stem wereldwijd miljoenen bereikte, terwijl hun naam voor velen een mysterie bleef. Geboren als Paul Leonard Prewer op achttien mei negentienenvijftig, groeide hij uit tot een van de meest herkenbare, maar tegelijk minst zichtbare stemmen van de jaren zeventig. Zijn uitzonderlijke bereik van ruim drieënhalf octaaf en zijn glasheldere falsetto maakten hem tot een unieke figuur in de Britse popgeschiedenis.
De stem die The Rubettes lanceerde In negentienrieënzeventig werkten songwriters Wayne Bickerton en Tony Waddington aan een retro‑geïnspireerde single die het geluid van de jaren vijftig moest combineren met de glitter van de glamrock. Het resultaat was Sugar Baby Love — een nummer dat een zanger vereiste die een bijna onmenselijke falsetto‑uithaal kon produceren.
Die zanger werd Paul Da Vinci.
Hij nam alle lead‑vocalen op voor de studioversie van Sugar Baby Love. Zijn falsetto‑intro werd het handelsmerk van de song en is tot op de dag van vandaag een van de meest iconische openingslijnen uit de popmuziek. Toen het nummer in negentienvierenzeventig uitgroeide tot een wereldhit, gebeurde er iets unieks: de stem op de plaat was niet de stem op het podium.
De band The Rubettes, samengesteld ná de opname, playbackte op televisie op Pauls stem. Hij had ervoor gekozen geen lid van de groep te worden, waardoor de bandleden met hun witte petjes de roem ontvingen, terwijl de herkenbare stem afkomstig was van iemand die niet op het podium stond. Deze situatie is uitvoerig bevestigd in muziekarchieven zoals Discogs, AllMusic en MusicBrainz, en in interviews met de betrokken producers.
Een solocarrière met een eigen geluid Kort na het succes van Sugar Baby Love bracht Paul Da Vinci zijn solodebuut uit: Your Baby Ain’t Your Baby Anymore (negentienvierenzeventig). Het nummer werd een hit in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Vlaanderen en vestigde zijn naam als zelfstandige artiest. Zijn solowerk liet een andere kant van zijn stem horen: minder glamrock, meer soul en melodische pop. Hoewel hij nooit het massale succes van The Rubettes evenaarde, bouwde hij een loyale fanbase op en bleef hij actief als zanger, songwriter en performer.
De sessiezanger die overal opdook — maar zelden werd genoemd Voor en na zijn solocarrière werkte Paul Da Vinci als sessiezanger, een rol waarin hij zijn technische beheersing en flexibiliteit volledig kon benutten. Sessiewerk uit de jaren zeventig werd vaak niet gecrediteerd, maar het is duidelijk dat hij:
- veel demo’s inzong voor producers
- betrokken was bij commerciële jingles
- vocale partijen leverde voor uiteenlopende studio‑projecten
Zijn unieke stemgeluid bleef niet onopgemerkt bij de grootste namen uit die tijd. In de befaamde Londense Trident en Pye Studios werkte hij als veelgevraagd achtergrondzanger mee aan opnames van iconen als David Bowie en Elton John. Hoewel zijn bijdragen vaak anoniem bleven in de kleine lettertjes van de albumhoezen, was hij een gewaardeerd onderdeel van de “Wall of Sound” in de Britse pop. Hoewel sommige bronnen suggereren dat hij op “honderden opnames” te horen is, zijn deze aantallen niet officieel gedocumenteerd. Wat wél vaststaat, is dat zijn stem in de Britse studio‑wereld een cruciaal instrument was.
Optredens en latere carrière Paul Da Vinci bleef door de decennia heen actief optreden, zowel solo als met zijn eigen formatie The Paul Da Vinci Explosion, waarmee hij onder meer Sugar Baby Love live bracht — ditmaal met zijn eigen gezicht erbij. Zijn stem bleef opmerkelijk goed intact, zelfs op latere leeftijd. Fans en recensenten prijzen hem nog steeds om zijn bereik, controle en herkenbare timbre.
Een erfenis die groter is dan zijn naam Paul Da Vinci is een zeldzaam voorbeeld van een artiest die een wereldhit droeg zonder in de schijnwerpers te staan, een van de meest herkenbare falsetto’s uit de popgeschiedenis leverde en trouw bleef aan zijn eigen artistieke keuzes. Zijn bijdrage aan Sugar Baby Love is een van de meest besproken en bewonderde vocale prestaties uit de glamrock‑periode. Maar zijn echte erfenis ligt in de combinatie van talent, integriteit en een stem die onmogelijk te imiteren is.
De grootste hits en vocale mijlpalen
Paul Da Vinci heeft een discografie die veel verder gaat dan die ene wereldhit. Dit zijn zijn belangrijkste bijdragen aan de muziekgeschiedenis:
- Sugar Baby Love (The Rubettes, 1974) – De blauwdruk voor de falset-pop. Da Vinci verzorgde de leadzang en de legendarische hoge ‘bop-show-waddy’ uithalen.
- Your Baby Ain’t Your Baby Anymore (1974) – Zijn grootste solohit, waarmee hij bewees ook zonder band de hitlijsten te kunnen domineren.
- If You Get Hurt (1975) – Een verfijnde popplaat die zijn bereik in het middenregister prachtig etaleerde.
- Stay With Me (1976) – Een krachtige ballad die zijn potentieel als emotionele vertolker liet zien.
- I Will Give You Love (1977) – Een uitstapje naar de disco-sound die destijds de clubs in Europa beheerste.
- Evita (Cast Recording) – Zijn vocale bijdragen aan deze musicalklassieker worden door kenners nog steeds geroemd.
Zijn nieuwe singel is Coffee
