Bennie and the Jets van Elton John — de B-kant van Candle in the Wind

Bennie and the Jets van Elton John — de B-kant van Candle in the Wind

Een glamrock-fantasie uit de studio

Het is een van de meest herkenbare pianoriffs uit de popgeschiedenis: die statige, bijna haperende opening die uitmondt in een vervormd applaus en een sfeer die het midden houdt tussen een liveconcert en een studio-experiment. In 1974 bracht Elton John met “Bennie and the Jets” een nummer uit dat de grenzen van genres opzocht. Het was onderdeel van het iconische dubbelalbum ‘Goodbye Yellow Brick Road’, een plaat waarop John en zijn vaste tekstschrijver Bernie Taupin hun creatieve ambities tot het uiterste dreven. Het nummer is een satire op de muziekscène van die tijd, waarin een fictieve glamrockband genaamd ’the Jets’ wordt bezongen door een fan. De productie, onder leiding van Gus Dudgeon, was opvallend droog en kil vergeleken met de weelderige orkestraties die destijds de hitlijsten domineerden, wat precies de juiste, vervreemdende snaar raakte.

De paradox van de A-kant en de B-kant

In de wereld van de vinylsingles was de hiërarchie normaal gesproken heilig: de A-kant was het nummer waar de platenmaatschappij op inzette, de B-kant was vaak een vergeten ‘opvullertje’. Bij “Bennie and the Jets” liep dit echter anders. In het Verenigd Koninkrijk werd het nummer in 1974 uitgebracht als de B-kant van de klassieker “Candle in the Wind”, een ingetogen ode aan Marilyn Monroe. De Britse luisteraar omarmde “Candle in the Wind” als de primaire track, waardoor “Bennie” in de schaduw bleef. Aan de andere kant van de oceaan, in de Verenigde Staten, zagen de Amerikaanse radiostations en DJ’s dat heel anders. Zij negeerden de intenties van de Britse release en begonnen “Bennie and the Jets” massaal te draaien. Het resultaat was spectaculair: het nummer groeide in de VS uit tot een nummer 1-hit in de Billboard Hot 100, een prestatie die de “A-kant” in die regio volledig overschaduwde.

Een verwarrende live-ervaring

Wat “Bennie and the Jets” zo bijzonder maakt, is de misleidende presentatie. Veel luisteraars dachten destijds — en sommigen denken dat vandaag de dag nog steeds — dat het nummer een live-opname was. De toevoeging van fluitconcerten, gejuich en applaus op de achtergrond was echter een slimme studiotruc. De geluiden werden afkomstig van een eerdere opname van een Elton John-concert in de Royal Festival Hall in Londen, die vervolgens over de strakke studiotrack werd heen gemixt. Deze gelaagdheid gaf het nummer een aura van authenticiteit en urgentie. Het was een knappe zet; het creëerde de illusie van een rockster die voor een uitzinnige menigte optrad, terwijl de luisteraar in werkelijkheid naar een minutieus geproduceerd studio-arrangement luisterde. Het benadrukte de thema’s van beroemdheid en fanschap die Taupin in zijn tekst had verweven.

Nalatenschap en culturele impact

Inmiddels is “Bennie and the Jets” uitgegroeid tot een van de meest geliefde nummers in het oeuvre van Elton John. Waar “Candle in the Wind” later een heel ander leven zou gaan leiden als herdenkingslied voor prinses Diana, behield “Bennie” zijn status als de ultieme, eigenzinnige popklassieker. Het nummer heeft door de jaren heen talloze artiesten beïnvloed, van hiphop-artiesten die de iconische pianoriff sampleden tot R&B-sterren die de dromerige sfeer trachtten te vangen. Denk aan de prominente sample in “Bennie and the Jets” door artiesten als Biz Markie, of de wijze waarop het nummer in films en series wordt gebruikt om een specifiek gevoel van seventies-nostalgie op te roepen. De geschiedenis van dit nummer bewijst dat de “B-kant” soms meer in zijn mars heeft dan de officiële toptrack; het is een herinnering aan een tijdperk waarin radio-DJ’s en het publiek de macht hadden om de koers van een muzikale carrière te bepalen, ongeacht wat de platenmaatschappij op het label had gedrukt.

Foto van Elton John: Raph_PH, via Wikimedia Commons (CC BY 2.0) (https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Elton_John_2023.jpg)