Andy Summers is vandaag 83 jaar geworden
Andy Summers behoort tot de meest invloedrijke gitaristen uit de moderne pop- en rockgeschiedenis. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met The Police, maar achter dat succes schuilt een muzikant met een lange staat van dienst, een uitgesproken artistieke visie en een carrière die veel breder is dan de wereldhits uit de vroege jaren tachtig.
Andy Summers werd geboren als Andrew James Summers (geboren Somers) op 31 december 1942 in Poulton-le-Fylde, Engeland, en groeide op in Bournemouth. Al vroeg ontwikkelde hij een grote belangstelling voor jazz en moderne muziek, invloeden die later duidelijk hoorbaar zouden worden in zijn eigenzinnige gitaarstijl. In de jaren zestig speelde hij in diverse bands, waaronder Zoot Money’s Big Roll Band, Dantalian’s Chariot, Soft Machine en The Animals, waarmee hij waardevolle ervaring opdeed in het internationale popcircuit. Toch voelde Summers zich nooit beperkt tot traditionele rock- of rhythm-and-bluespatronen; hij zocht constant naar nieuwe klanken en muzikale vrijheid.
Die zoektocht kwam volledig tot bloei bij The Police, de band waarmee hij in 1977 definitief doorbrak samen met Sting en Stewart Copeland. In een tijd waarin gitaarheldendom vaak draaide om snelheid en volume, koos Summers voor subtiliteit en ruimte. Met effecten als chorus, delay en flanger creëerde hij een atmosferisch en herkenbaar geluid, waarin elke noot betekenis had. Zijn spel gaf The Police een unieke identiteit en maakte de band direct onderscheidend binnen de new wave-beweging.
In de Lage Landen behaalde The Police een indrukwekkende reeks hits, met “Every Breath You Take” uit 1983 als absolute uitschieter. Het nummer groeide uit tot een tijdloze klassieker en is exemplarisch voor Summers’ stijl: ogenschijnlijk eenvoudig, maar muzikaal verfijnd en uiterst effectief. Ook songs als “Message in a Bottle”, “Walking on the Moon” en “Roxanne” werden hier grote publieksfavorieten en bevestigden de blijvende populariteit van de band.
Na het uiteenvallen van The Police in 1984 koos Andy Summers nadrukkelijk voor artistieke verdieping. Hij bracht diverse soloalbums uit en zocht samenwerking met gelijkgestemde muzikanten, onder wie Robert Fripp. Deze projecten bewogen zich vaak richting jazz, ambient en experimentele muziek en stonden ver af van de commerciële popwereld. Daarmee bewees Summers dat hij geen muzikant was die wilde blijven hangen in het verleden, maar iemand die voortdurend nieuwe wegen verkende.
Ook buiten de muziek ontplooide Summers zich creatief. Hij bouwde een serieuze reputatie op als fotograaf en publiceerde meerdere boeken waarin hij reflecteert op zijn leven als muzikant, de impact van roem en de keerzijde van succes. Deze veelzijdigheid onderstreept zijn karakter als kunstenaar die altijd verder kijkt dan het podium alleen.
Andy Summers’ invloed is nog altijd hoorbaar in talloze bands en gitaristen binnen de pop, new wave en alternatieve rock. Niet door technische bravoure, maar door zijn gevoel voor sfeer, timing en klank. Daarmee heeft hij een blijvende plaats verworven in de popgeschiedenis, zowel als lid van The Police als in zijn persoonlijke, eigenzinnige carrière.
