Biografie van Robbie Williams

De entertainer die zijn eigen schaduw overwon

In de annalen van de popmuziek zijn er weinig carrières die zo grillig, spectaculair en eerlijk zijn als die van Robert Peter Williams. Hij is de man die de boyband-formule vernietigde om een eigen koninkrijk te stichten, om vervolgens te ontdekken dat de kroon soms zwaar weegt. Een portret van de koning van de Britse pop.

Deel 1: Het rebelse jongetje uit Stoke

Het verhaal begint in Stoke-on-Trent, waar Robbie opgroeide als de zoon van een komiek en een bloemiste. Die achtergrond verklaart veel: de drang om de clown uit te hangen zat er al vroeg in. In 1990 werd hij als zestienjarige de jongste rekruut van Take That. Terwijl de band uitgroeide tot een wereldwijd fenomeen, groeide bij Robbie de frustratie. Hij mocht niet schrijven, hij mocht nauwelijks zingen en hij moest zich schikken in het brave imago van Gary Barlow.

De breuk in 1995 was onvermijdelijk, maar de manier waarop was schokkend. Robbie werd gefotografeerd op het Glastonbury-festival, feestend met de Gallagher-broers van Oasis, met een verwilderde blik die weinig goeds voorspelde voor zijn toekomst.

Deel 2: De geboorte van een solo-gigant

De start van zijn solocarrière was moeizaam. Zijn eerste singles deden weinig, en de Britse pers stond klaar om hem als een eendagsvlieg af te serveren. Totdat in december 1997 de ballad Angels verscheen. Het nummer, geschreven met Guy Chambers, veranderde alles. Het werd de reddingsboei van zijn carrière en een van de bestverkochte singles in de Britse geschiedenis.

Vanaf dat moment was er geen houden meer aan. Robbie reeg de hits aan elkaar: Millennium, Rock DJ, Kids en Supreme. Hij was niet langer alleen een zanger; hij was een entertainer pur sang die de arrogantie van de Britpop combineerde met de toegankelijkheid van pure popmuziek. In 2002 tekende hij het grootste platencontract in de Britse geschiedenis bij EMI, ter waarde van 80 miljoen pond.

Deel 3: De Nederlandse connectie en ‘Feel’

In Nederland bereikte de Robbie-gekte haar kookpunt rond het album Escapology. Hoewel hij in de jaren negentig al populair was, werd de single Feel uit 2002 zijn definitieve meesterwerk in onze hitlijsten. Het nummer stond vijf weken op nummer één in de Top 40. De tekst, waarin hij toegeeft dat hij “niet in liefde wil sterven”, raakte een gevoelige snaar. Nederland hield van de brutale Robbie, maar viel definitief voor de kwetsbare Robbie.

De concerten die volgden, waaronder legendarische shows in de Amsterdam ArenA, versterkten die band. Robbie op het podium is een ervaring: een mix van stand-up comedy, rauwe rockenergie en intieme biechtvader.

Deel 4: De demonen en de stilte

Succes heeft een prijs. Robbie is altijd pijnlijk open geweest over zijn strijd met depressies, angstaanvallen en verslavingen. Op het hoogtepunt van zijn roem voelde hij zich het eenzaamst. Na het experimentele album Rudebox (2006), dat koeltjes werd ontvangen, trok hij zich jarenlang terug in Los Angeles. Hij raakte gefascineerd door ufo’s en het leven buiten de spotlights, ver weg van de genadeloze Britse roddelpers.

Zijn terugkeer bij Take That in 2010 voor het album Progress was een catharsis. Het herstelde de vriendschap met Gary Barlow en gaf Robbie het zelfvertrouwen terug om weer solo de arena’s in te gaan.

Deel 5: De familieman en de nalatenschap

Anno 2026 is Robbie Williams een ander mens. De rust die hij vond bij zijn vrouw Ayda Field en hun vier kinderen heeft zijn leven gered, zoals hij zelf vaak zegt. Hij is nog steeds de entertainer die honderdduizenden mensen kan bespelen, maar hij hoeft zichzelf niet meer te bewijzen.

Zijn invloed op de popcultuur is gigantisch. Hij maakte de weg vrij voor artiesten als Harry Styles en Ed Sheeran door te laten zien dat je een popidool kunt zijn met een scherp randje en een eigen stem. Op 51-jarige leeftijd is Robbie Williams niet langer de rebel, maar de nestor van de Britse pop. Een man die ons leerde dat het oké is om niet oké te zijn, zolang je er maar een goede song over schrijft.