Biografie over de band Het Goede Doel

De architecten van de intelligente Nederpop

Het Goede Doel wordt algemeen beschouwd als een van de meest invloedrijke bands uit de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. Terwijl veel tijdgenoten kozen voor eenvoudige meezingers, bracht deze Utrechtse formatie een unieke mix van complexe arrangementen, messcherpe teksten en een gezonde dosis ironie.

Ontstaan: De chemie tussen de twee Henken

De basis van de band werd in 1979 gelegd in Utrecht. De drijvende kracht was het duo Henk Westbroek (teksten en zang) en Henk Temming (muziek, zang en productie). Hoewel de bezetting in de beginjaren wisselde, vormden zij samen met gitarist Sander van Herk de creatieve kern.

In tegenstelling tot veel andere Nederpop-acts uit die tijd, streefde de band naar een internationaal geluid. Temming en Van Herk waren perfectionisten in de studio, wat resulteerde in producties die technisch veel verder gingen dan de standaard rammelende gitaarpop.

1982: Het jaar van de grote doorbraak

Na een aantal jaren in het clubcircuit brak de band in 1982 landelijk door met het album België. De gelijknamige hitsingle, met de iconische trombone-solo van bassist Joost Belinfante, werd een volkslied. Het nummer vatte het tijdsgeestgevoel van de vroege jaren tachtig perfect samen: een verlangen naar escapisme in een wereld vol politieke spanning.

Kort daarna volgden de klassiekers elkaar in hoog tempo op:

  • Vriendschap (1983): Een scherpe analyse van menselijke relaties die uitgroeide tot hun grootste hit.
  • Hou van mij: Een ongebruikelijk liefdeslied dat de spot dreef met romantische clichés.
  • Gijzelaar: Een tekstueel gewaagd nummer over machteloosheid.

De gouden jaren en de studio in Amersfoort

In de tweede helft van de jaren tachtig bleef de band relevant met albums als Mooi en Onverslijtbaar (1986). Hits als “Alles geprobeerd” en “Nooduitgang” lieten een meer volwassen en soms melancholische kant van de band zien.

Tijdens deze periode vestigden Temming en Van Herk hun naam als topproducers in hun eigen studio in Amersfoort, genaamd Stu-Stu-Studio (later bekend onder de zakelijke vlag van hun productiehuis). De “Heren van Amersfoort” was de bijnaam voor het productieteam achter de schermen, dat later ook verantwoordelijk was voor grote successen van andere artiesten.

Breuk en solopaden

Ondanks de successen waren er achter de schermen vaak artistieke spanningen. In 1991 viel het doek definitief na het album Het water dekt de lading.

  • Henk Westbroek lanceerde een zeer succesvolle solocarrière (met de monsterhit “Zelfs je naam is mooi”) en werd een invloedrijk radio-dj en politicus in Utrecht.
  • Henk Temming bleef op de achtergrond actief als producer en componist, en scoorde later onder meer met het project Linda, Roos & Jessica.

Reünies en blijvende waarde

In 2001 kwamen Westbroek en Temming voor het eerst weer samen voor een reeks uitverkochte concerten in de Heineken Music Hall. Dit leidde tot een heropleving van de band, die in de jaren daarna incidenteel bleef optreden en nieuwe muziek uitbracht, zoals de albums Liefdewerk (2008) en Gekkenwerk (2011).

De erfenis

De impact van Het Goede Doel op de Nederlandse cultuur is enorm. Zij waren de eersten die bewezen dat Nederlandstalige popmuziek zowel dansbaar als intellectueel uitdagend kon zijn. Met hun scherpe observaties over de Nederlandse maatschappij en hun innovatieve studiogebruik hebben zij de weg vrijgemaakt voor generaties artiesten na hen.

Goede Doel Revival

Henk Temming maakt geen deel uit van deze formatie; de band is wel weer gaan optreden, maar zonder zijn betrokkenheid.