De stille motor van The Commodores: Ronald LaPread (1950–2026)
De funk had zijn iconen op de voorgrond — flamboyante frontmannen, virtuoze solohelden en charismatische stemmen — maar achter het onweerstaanbare geluid van The Commodores stond jarenlang een muzikant die zelden de spotlights opeiste: Ronald LaPread. De bassist en mede-oprichter van de legendarische soul- en funkband overleed op 30 mei 2026 op 75-jarige leeftijd. Daarmee verliest de muziekwereld een van de grote architecten van de klassieke Motown-groove.
Voor miljoenen luisteraars was The Commodores de band van Lionel Richie. Voor muzikanten en kenners was het echter ook de groep van Ronald LaPread: de man die het fundament legde onder een reeks tijdloze hits. Zijn baslijnen waren nooit overdreven druk of opzichtig technisch. Juist die beheersing maakte hem zo belangrijk. LaPread speelde met een diepe, warme groove die funk dansbaar maakte zonder ooit het liedje in de weg te zitten.
Geboren in 1950 in Tuskegee, Alabama, groeide LaPread op in een muzikaal klimaat waarin gospel, blues en southern soul voortdurend door elkaar liepen. Voordat hij bassist werd, speelde hij orgel in lokale bands. Pas eind jaren zestig schakelde hij serieus over op basgitaar, toen enkele studenten van het Tuskegee Institute — onder wie Lionel Richie en gitarist Thomas McClary — een nieuwe groep wilden vormen. Die band zou uitgroeien tot The Commodores.
Vanaf het begin onderscheidde de groep zich van veel andere soulacts uit die periode. Waar Motown vaak werkte met zorgvuldig gecontroleerde studioproducties en externe sessiemuzikanten, functioneerden The Commodores als een echte band. Ze schreven hun eigen nummers, ontwikkelden hun eigen arrangementen en bouwden hun reputatie op via energieke liveoptredens. In dat collectief was LaPread de stabiele factor tussen drums en melodie — de muzikale lijm die alles samenhield.
De grote doorbraak kwam begin jaren zeventig toen The Commodores werden geselecteerd als supportact voor The Jackson 5. Dat bleek een cruciaal moment. De groep kreeg toegang tot een groot publiek en ontwikkelde onderweg een ijzersterke live-reputatie. Hun optredens combineerden rauwe funk, soul, jazzinvloeden en een bijna explosieve podiumenergie. Terwijl Lionel Richie steeds meer naar voren schoof als zanger en songwriter, bleef LaPread onverstoorbaar het ritmische centrum van de band.
Wie vandaag terugluistert naar nummers als Machine Gun, Too Hot ta Trot of Brick House hoort onmiddellijk waarom zijn spel zo belangrijk was. Vooral Brick House groeide uit tot een schoolvoorbeeld van klassieke seventies-funk. Het nummer draait vrijwel volledig op groove, en precies daarin excelleerde LaPread. Zijn baslijn duwt het nummer vooruit met een perfecte balans tussen strakheid en souplesse. Niet voor niets wordt het nummer nog altijd beschouwd als een van de ultieme funktracks van de jaren zeventig.
Toch was The Commodores veel meer dan een funkmachine. Halverwege de jaren zeventig evolueerde de groep steeds nadrukkelijker richting soulvolle ballads. Met nummers als Easy, Still en Three Times a Lady bereikten ze een wereldwijd poppubliek. Die combinatie van harde funk en romantische soul maakte de groep uitzonderlijk veelzijdig. Terwijl Richie uitgroeide tot het commerciële gezicht van de band, bleef LaPread de muzikale basis bewaken. Ook in de rustigere nummers bleef zijn spel essentieel: subtiel, ondersteunend en altijd precies op de juiste plaats.
Misschien lag daarin wel zijn grootste kracht. Ronald LaPread speelde nooit om indruk te maken. Hij speelde om nummers beter te maken. In een tijd waarin veel bassisten zich profileerden met snelheid en technische bravoure, koos hij voor discipline en groove. Collega-muzikanten omschreven hem later vaak als een “musician’s musician” — iemand die exact wist wat een song nodig had en geen noot te veel speelde.
Binnen Motown namen The Commodores bovendien een bijzondere positie in. Ze behoorden tot de eerste acts van het label die zowel funkpubliek als mainstream poppubliek wisten te bereiken zonder hun identiteit volledig te verliezen. Dat succes had veel te maken met de chemie binnen de groep. De ritmesectie, met LaPread als essentieel onderdeel, gaf de band een organisch geluid dat duidelijk verschilde van de gepolijste studioproducties waarmee Motown groot was geworden.
Toen Lionel Richie begin jaren tachtig besloot solo verder te gaan, brak een moeilijke periode aan voor The Commodores. De groep verloor haar bekendste gezicht en moest zichzelf opnieuw uitvinden. Ronald LaPread bleef nog enkele jaren actief binnen de band en werkte mee aan latere successen zoals Nightshift, het emotionele eerbetoon aan Marvin Gaye en Jackie Wilson dat uitgroeide tot een internationale hit en de groep een Grammy opleverde.
In 1986 besloot LaPread uiteindelijk afscheid te nemen van het Amerikaanse muziekleven. Hij verhuisde naar Nieuw-Zeeland, waar hij een rustiger bestaan opbouwde, ver weg van de industrie waarin hij jarenlang had geopereerd. Toch bleef hij nauw verbonden met muziek en sprak hij in interviews geregeld over zijn tijd bij The Commodores, de ontwikkeling van zwarte muziek in Amerika en de culturele impact van soul en funk.
Zijn overlijden markeert het einde van een tijdperk. Ronald LaPread behoorde tot een generatie muzikanten die niet alleen hits maakten, maar mee vormgaven aan het DNA van moderne soul en funk. Zonder bassisten als hij zouden veel klassiekers uit de jaren zeventig hun kracht verliezen. Hij bewees dat groove niet draait om virtuositeit alleen, maar om timing, gevoel en collectieve discipline.
Misschien is dat precies waarom zijn werk zo tijdloos blijft klinken. Wanneer de openingsgroove van Brick House of Lady (You Bring Me Up) uit de speakers komt, leeft Ronald LaPread onmiddellijk weer op. Niet als een man van grote woorden of extravagante solo’s, maar als de stille kracht achter een van de meest invloedrijke bands uit de soulgeschiedenis.
Een bassist die nooit de aandacht opeiste — en daardoor des te onvergetelijker werd.
