Betty Dragstra: de warme stem achter het succes van Pussycat
Wanneer gesproken wordt over de grote Nederlandse popsuccessen van de jaren zeventig, valt de naam Pussycat vrijwel altijd. De Limburgse groep groeide uit tot een internationaal fenomeen dankzij een reeks hits die niet alleen in Nederland, maar ook ver daarbuiten de hitlijsten veroverden. Een belangrijk onderdeel van dat succes was zangeres Betty Dragstra‑Veldpaus, die samen met haar zussen Marianne en Toni het gezicht vormde van de band. Betty overleed op 28 juni 2024 op 72‑jarige leeftijd, maar haar muzikale nalatenschap leeft voort in een indrukwekkend repertoire van tijdloze liedjes.
Betty werd op 23 juni 1952 geboren in Brunssum als Betty Veldpaus. Al op jonge leeftijd vormde zij samen met haar zussen een zangtrio. Wat begon als optredens op lokale feesten en evenementen groeide uit tot een professionele carrière. De zussen traden aanvankelijk op onder namen als De Zingende Zusjes en The BG’s from Holland, voordat zij midden jaren zeventig definitief kozen voor de naam Pussycat.
De grote doorbraak kwam in 1975 met het nummer “Mississippi”, geschreven door Werner Theunissen. Het lied werd aanvankelijk zonder grote verwachtingen uitgebracht, maar groeide al snel uit tot een wereldhit. In Nederland bereikte het de eerste plaats en ook internationaal sloeg het nummer enorm aan. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk behaalde Pussycat de nummer‑1‑positie, een uitzonderlijke prestatie voor een Nederlandse groep. Wereldwijd werden miljoenen exemplaren verkocht en het nummer bereikte de top van de hitlijsten in vijftien landen.
Het succes van Mississippi bleek geen toevalstreffer. In 1976 volgde Georgie, dat in Nederland opnieuw een Top‑10‑hit werd. De herkenbare samenzang van de zussen en de combinatie van country en pop spraken een breed publiek aan. Betty speelde daarin een belangrijke rol met haar warme stemgeluid en haar sterke podiumuitstraling.
In hetzelfde jaar verscheen Smile, een bescheiden succes dat vooral in Nederland en Duitsland goed werd ontvangen. Een jaar later volgde My Broken Souvenirs, een gevoelige ballad die uitgroeide tot een van de grootste klassiekers van de groep. Het nummer werd een enorme radiofavoriet en wordt nog altijd regelmatig gedraaid op zenders die aandacht besteden aan muziek uit de jaren zeventig. Voor veel liefhebbers is dit misschien wel het mooiste lied dat Pussycat ooit heeft opgenomen.
Daarnaast scoorde de groep nog diverse andere succesvolle singles, waaronder If You Ever Come to Amsterdam, Wet Day in September, Hey Joe en Simply to Be With You. Hoewel niet iedere uitgave hetzelfde internationale succes behaalde als Mississippi, bleef Pussycat gedurende de tweede helft van de jaren zeventig een vaste waarde in de hitlijsten. De groep ontving talrijke onderscheidingen, waaronder een Edison en de Conamus Exportprijs voor hun internationale prestaties.
Wat Pussycat bijzonder maakte, was de unieke combinatie van country‑invloeden en toegankelijke popmuziek. In een tijd waarin disco en glamrock populair waren, koos de groep voor een eigen geluid. Juist daardoor wist Pussycat zich te onderscheiden van andere acts. De harmonieën van Betty, Toni en Marianne vormden daarbij het muzikale handelsmerk van de band.
In 1985 viel Pussycat uiteen. Hoewel er later nog een korte reünie volgde, werd het grote succes uit de jaren zeventig niet meer geëvenaard. Toch bleef de waardering voor de muziek groot. Verzamelalbums verschenen regelmatig en nummers als Mississippi en My Broken Souvenirs groeiden uit tot vaste onderdelen van het Nederlandse muzikale erfgoed.
Betty Dragstra was misschien niet altijd de meest opvallende persoonlijkheid binnen de groep, maar haar bijdrage aan het succes van Pussycat was onmiskenbaar. Samen met haar zussen schreef zij een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. Dankzij een reeks onvergetelijke hits zal haar naam voor altijd verbonden blijven aan een van de succesvolste Nederlandse groepen ooit.
