Barry White: de warme bas die soul en disco voorgoed veranderde

Op 4 juli 2003 stierf een van de meest herkenbare stemmen uit de popmuziekgeschiedenis: Barry White. Hij overleed op 58-jarige leeftijd in het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles, na maanden van gezondheidsproblemen. Zijn diepe, zwoele baritonstem en zijn romantische imago maakten hem tot een van de bestverkopende artiesten aller tijden, met wereldwijd meer dan honderd miljoen verkochte platen.

Een moeilijke jeugd in South Central

Barry Eugene Carter werd op 12 september 1944 geboren in Galveston, Texas, als zoon van een alleenstaande moeder die later met haar twee zonen naar Los Angeles verhuisde. Ze vestigden zich in South Central, destijds een van de zwaarste en meest gewelddadige wijken van de stad. Zijn jongere broer Darryl kwam later om het leven tijdens een confrontatie tussen twee bendes. Barry zelf ontsnapte niet helemaal aan het criminele klimaat van de buurt: op zijn zeventiende belandde hij enkele maanden in de gevangenis wegens diefstal van autobanden.

Muziek bood een uitweg. Barry White zong als kind in het kerkkoor, waar zijn liefde voor muziek ontstond. Op zijn zestiende sloot hij zich aan bij de soulgroep The Upfronts, waarmee hij zijn eerste singles opnam. In de jaren daarna verlegde hij zijn focus naar de andere kant van de studio: als A&R-man en producer voor platenlabels als Mustang en Bronco begeleidde hij de carrières van onder anderen zangeressen Felice Taylor en Viola Wills.

Love Unlimited en de doorbraak als solozanger

Eind jaren zestig stelde White het vrouwelijke zangtrio Love Unlimited samen, met daarin ook zijn latere vrouw Glodean James. Rond dit trio bouwde hij het Love Unlimited Orchestra uit, een groot strijkers- en blazersorkest dat hemzelf en het trio begeleidde en dat in 1974 met het instrumentale nummer “Love’s Theme” een nummer 1-hit scoorde in de Verenigde Staten.

Zijn eigen solocarrière kwam begin jaren zeventig in een stroomversnelling. Het debuutalbum “I’ve Got So Much to Give” (1973) werd een groot succes, met de single “I’m Gonna Love You Just a Little More Baby” als eerste grote hit. Daarna volgden de nummers waarmee White voorgoed verbonden zou blijven: “Never, Never Gonna Give Ya Up”, “Can’t Get Enough of Your Love, Babe” en zijn grootste klassieker, “You’re the First, the Last, My Everything”. Zijn muziek combineerde elementen van R&B, soul en disco, en zijn sensuele, gefluisterde intro’s en verleidelijke arrangementen maakten hem tot het gezicht van romantische, sfeervolle bedkamermuziek.

In de loop van zijn carrière bracht White twintig studioalbums uit. Meerdere versies en compilaties daarvan werden wereldwijd met goud bekroond, waarvan 41 zelfs platina behaalden. Daarnaast had hij twintig gouden en tien platina singles op zijn naam staan. Voor zijn werk ontving hij twee Grammy Awards, waaronder in 2000 nog een late erkenning voor het nummer en album “Staying Power”. In 2004 werd hij postuum opgenomen in de Dance Music Hall of Fame.

Terugval en comeback

Net als veel artiesten uit zijn generatie kende White een mindere periode in de jaren tachtig, toen zijn populariteit terugliep. Een comeback volgde in 1994 met de hit “Practice What You Preach”, en dankzij de televisieserie Ally McBeal – waarin zijn muziek regelmatig in droomscènes te horen was en waarin hij zelf drie keer een gastrol speelde – kwam zijn werk in de jaren negentig opnieuw onder de aandacht van een breed publiek.

Gezondheidsproblemen en overlijden

White kampte het grootste deel van zijn volwassen leven met ernstig overgewicht; op zijn zwaarst woog hij naar verluidt zo’n 170 kilo. Dat overgewicht lag aan de basis van chronische hoge bloeddruk en diabetes. Al in oktober 1995 werd hij in het ziekenhuis opgenomen na gezondheidsklachten door zijn hoge bloeddruk, en in 1999 moest hij een concerttournee onderbreken vanwege uitputting.

In september 2002 volgde een zwaardere klap: White werd opgenomen met nierfalen, veroorzaakt door de combinatie van diabetes en hoge bloeddruk. Terwijl hij dialyse onderging en wachtte op een niertransplantatie, kreeg hij in mei 2003 een zware beroerte, waardoor hij zich volledig terugtrok uit het openbare leven. Zijn instabiele gezondheidstoestand maakte een niertransplantatie onmogelijk. Op 4 juli 2003 overleed Barry White uiteindelijk aan de gevolgen van nierfalen, in het bijzijn van naasten. Zijn stoffelijk overschot werd gecremeerd en de as werd uitgestrooid boven de oceaan voor de kust van Californië.

Een blijvende erfenis

Meer dan twintig jaar na zijn dood klinkt de stem van Barry White nog altijd overal: in films, series, reclames en op elk romantisch feestje. Zijn combinatie van orkestrale arrangementen, een onmiskenbare bas en teksten over verlangen en liefde maakte hem tot een van de grondleggers van de discogeneratie en tot een artiest wiens invloed tot ver buiten de soul- en discowereld reikt. Zijn overlijden op 4 juli blijft daarom elk jaar een moment om stil te staan bij een van de meest onderscheidende stemmen die de popmuziek ooit heeft voortgebracht.