Cover Top 3 – 1981

1. Soft Cell – Tainted Love

Soft Cell - Tainted Love

Wanneer we denken aan Tainted Love, verschijnt bij de meeste muziekliefhebbers direct de iconische, stuwende synthesizerlijn van Soft Cell op het netvlies. Toch is de geschiedenis van dit nummer vele malen rijker en ouder dan de synthpop-hit uit de jaren tachtig. Het origineel stamt namelijk uit 1964 en werd vertolkt door de Amerikaanse soulzangeres Gloria Jones. Het nummer werd geschreven door Ed Cobb, een voormalig lid van de groep The Four Preps, die het schreef met een krachtige, ritmische soulsound in gedachten.

Gloria Jones nam Tainted Love op als de B-kant van haar single My Bad Boy’s Comin’ Home. De productie was strak, gedreven door blazers en een energieke soul-vibe die perfect paste bij de opkomende Northern Soul-scene in het Verenigd Koninkrijk. Ondanks de muzikale kwaliteit gebeurde er destijds commercieel gezien bitter weinig; het nummer flopte in de Verenigde Staten volledig en wist de hitlijsten nergens te bereiken. Het bleef jarenlang een vergeten track, totdat het eind jaren zestig en begin jaren zeventig werd ‘ontdekt’ door Britse dj’s in soulclubs als de beroemde Wigan Casino. Daar groeide het uit tot een ware underground klassieker, gewaardeerd door kenners vanwege het snelle tempo en de rauwe emotie in Jones’ stem.

Het is fascinerend om te bedenken dat een nummer dat destijds geen enkele impact maakte, later een van de meest herkenbare popsongs aller tijden zou worden. Het succes van het origineel zat hem vooral in de pure bezieling van Gloria Jones, die later nog naam zou maken als achtergrondzangeres voor onder anderen T. Rex en als songwriter. Cobb’s compositie bleek een tijdloze blauwdruk die, ondanks het gebrek aan initiële radio-aandacht, de tand des tijds glansrijk doorstond door zijn sterke melodische structuur en de universele thematiek van een giftige relatie.

De versie die uiteindelijk de wereld veroverde, kwam in 1981 van het Britse duo Soft Cell. Marc Almond en Dave Ball transformeerden het soulnummer naar een minimalistische, elektronische dansplaat. Waar het origineel van Gloria Jones nog leunde op een live-orkestratie, kozen zij voor de kille, hypnotiserende klanken van de drumcomputer en synthesizer. Het was deze radicale ommezwaai die het nummer naar de top van de wereldwijde hitlijsten stuwde en er een synthpop-icoon van maakte, al zullen de echte soul-puristen altijd terugblijven grijpen naar het originele, ondergewaardeerde meesterwerk van Gloria Jones.

Ik heb hierover veel bronnen bekeken. Desondanks kan er altijd een fout in staan.

2. Odyssey – Going Back to My Roots

Odyssey - Going Back to My Roots

In de rijke geschiedenis van soul en disco zijn er nummers die de tand des tijds moeiteloos hebben doorstaan, niet alleen door hun dansbaarheid, maar vooral door hun inhoudelijke diepgang. Een prachtig voorbeeld hiervan is “Going Back to My Roots”. Hoewel velen bij deze titel direct denken aan de iconische discokraker van Odyssey, ligt de oorsprong van dit meesterwerk bij een van de meest invloedrijke figuren uit de Motown-geschiedenis: Lamont Dozier.

Lamont Dozier schreef en nam het nummer op in 1977 voor zijn album “Peddlin’ Music on the Side”. Dozier, die als onderdeel van het befaamde schrijvers- en productieteam Holland-Dozier-Holland verantwoordelijk was voor talloze Motown-hits, sloeg met dit album een nieuwe weg in. “Going Back to My Roots” werd geproduceerd door Stewart Levine, met bijdragen van Hugh Masekela en Rik Pekkonen. Het nummer was in de basis een soulvol pleidooi voor zelfreflectie en genealogie. In tegenstelling tot wat vaak werd gedacht, was de inspiratie voor de tekst persoonlijker dan louter een historische terugblik op het Afrikaanse erfgoed; Dozier vertelde in interviews dat het nummer ontstond vanuit zijn eigen verlangen om de band met zijn familie in Detroit te onderhouden nadat hij naar Los Angeles was verhuisd.

Wat het origineel zo bijzonder maakt, is de gelaagdheid. Het nummer is niet alleen een muzikale compositie, maar een spirituele reis. Dozier integreerde authentieke Afrikaanse invloeden en Yoruba-gezangen – waaronder de tekst “Kawa o ma ranti, se iranti ile o, isedale baba awa” – om de luisteraar bewust te maken van zijn eigen afkomst en innerlijke kern. De productie is verfijnd, met een ritmiek die zowel funk als soul ademt, en het nummer werd al snel een geliefd item in de underground discoscene van New York, onder meer gedraaid door legendarische DJ’s als David Mancuso in The Loft.

De coverversie van Odyssey, uitgebracht in 1981, bracht het nummer naar een breder, commercieel publiek. Waar het origineel van Dozier nog die sterke singer-songwriter-inslag had, transformeerde Odyssey het nummer tot een gestroomlijnde disco-klassieker. Met hun kenmerkende vocale harmonieën en een strakke, dansbare productie bereikte de versie van Odyssey in 1981 de vierde plek in de Britse hitlijsten. Hoewel Odyssey het nummer wereldwijd tot een vaste waarde op de dansvloer maakte, blijft de uitvoering van Lamont Dozier de essentie van het verhaal: een hartstochtelijke oproep om nooit te vergeten waar je vandaan komt.

Ik heb hierover veel bronnen bekeken. Desondanks kan er altijd een fout in staan.

3. Randy Crawford – You Might Need Somebody

Het nummer You Might Need Somebody is een echte soulklassieker die door de jaren heen door velen is omarmd, maar de oorsprong van deze song ligt ver buiten de bekende hitlijsten van de jaren tachtig en negentig. Het nummer werd geschreven door het duo Tom Snow en Nan O’Byrne en werd voor het eerst vastgelegd in 1979 door de Amerikaanse zanger en gitarist Turley Richards. Richards, een artiest met een indrukwekkende stem die vaak wordt geprezen om zijn soulvolle interpretaties, bracht het nummer uit op zijn album Therfu.

Hoewel de versie van Turley Richards de basis legde voor de song, bleef een groot commercieel succes destijds uit. In de Verenigde Staten wist de single begin 1980 de Billboard Hot 100 weliswaar te bereiken, maar het bleef steken op een bescheiden 54e plaats. Het is een klassiek voorbeeld van een ijzersterke compositie die in de handen van de juiste vertolker pas echt tot leven moest komen. De rauwe, bluesy benadering van Richards bood de perfecte blauwdruk voor wat later een tijdloos soulstuk zou blijken te zijn.

Het was in 1981 dat Randy Crawford de song naar een ander niveau tilde. Op haar album Secret Combination bracht zij haar eigen, verfijnde interpretatie uit, geproduceerd door Tommy LiPuma. Haar versie verving de rauwe randjes van het origineel door een gepolijste, jazzy R&B-sound die perfect aansloot bij haar warme, meeslepende stemgeluid. Deze versie werd een hit in het Verenigd Koninkrijk, waar het de elfde plaats in de hitlijsten behaalde, en zorgde er in een klap voor dat de compositie van Snow en O’Byrne definitief in het collectieve geheugen werd gegrift.

Decennia later, in 1997, beleefde het nummer een tweede grote jeugd toen de Britse zangeres Shola Ama het opnieuw uitbracht. Waar Crawford koos voor een stijlvolle soulaanpak, injecteerde Ama haar versie met een eigentijdse, door D’Influence geproduceerde R&B-sound die destijds aansloot bij de populaire urban-radiostations. Hoewel Shola Ama’s cover internationaal wellicht de bekendste uitvoering is geworden, blijft het origineel van Turley Richards het fundament waar alles op rust, en de uitvoering van Randy Crawford de versie die het nummer tot een waar soul-icoon maakte.

Ik heb hierover veel bronnen bekeken. Desondanks kan er altijd een fout in staan.

Foto van Soft Cell: Wikimedia Commons (publiek domein) (https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Soft_Cell_%281983_Sire_publicity_photo%29_02.jpg)
Foto van Odyssey: PhilipRomano, via Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0) (https://commons.wikimedia.org/wiki/File:DamonNolanThomasHathaway-byPhilipRomano.jpg)