Don Felder is vandaag jarig
Donald William Felder wordt op 21 september 1947 geboren in Gainesville, Florida, in een sober Zuid-Baptistisch gezin. Als jongen ziet hij Elvis Presley optreden in The Ed Sullivan Show en die avond staat zijn koers min of meer vast. Omdat er thuis geen geld is voor gitaarlessen, ruilt hij rond zijn tiende een handvol rotjes voor zijn eerste gitaar bij een buurtwinkel en leert hij zichzelf spelen door bandopnames op halve snelheid terug te draaien.
Op zijn dertiende, in 1960, richt Felder in Gainesville zijn eerste band op, de Continentals, met onder anderen de latere Crosby, Stills & Nash-gitarist Stephen Stills en Isaac Guillory. Als hij later in een muziekwinkel werkt, leert niemand minder dan Duane Allman hem de kneepjes van het slidegitaarspel. De Continentals groeien uit tot de Maundy Quintet, die in 1967 een single uitbrengt. Na het uiteenvallen van die groep verhuist Felder naar Manhattan, waar hij in 1970 met de band Flow een gelijknamig, improvisatiegericht fusionalbum opneemt voor CTI Records. Via Boston belandt hij in 1973 in Los Angeles, waar hij als sessiegitarist speelt voor onder anderen David Blue en Crosby & Nash.
De grote doorbraak komt begin januari 1974, wanneer de Eagles hem vragen om slidegitaar toe te voegen aan "Good Day in Hell" en een gitaarsolo op "Already Gone". Kort daarna wordt hij gevraagd om vast lid te worden. Op het vierde album, One of These Nights (1975), zingt Felder de leadzang op "Visions", een nummer dat hij samen met Don Henley schreef en het enige waarop hij als leadzanger te horen is. Na het vertrek van Bernie Leadon in 1975 en de komst van Joe Walsh als tweede leadgitarist, levert Felder voor het album Hotel California (1976) naar eigen zeggen "zestien of zeventien" instrumentale schetsen aan. Daarvan halen er twee de plaat: "Victim of Love", die hij samen met Henley, Glenn Frey en JD Souther schreef, en het titelnummer. Voor "Hotel California" schreef Felder de muziek, terwijl Henley en Frey de tekst voor hun rekening namen; de uiteindelijke studioversie werd samengesteld uit drieëndertig montages van de tweeinch-mastertape. Op tournee bespeelde Felder bovendien banjo, mandoline en pedal steel, als vervanging van de instrumenten die eerder door Leadon werden bespeeld.
De opnamesessies voor The Long Run (1979), die anderhalf jaar in beslag namen, verscherpten de spanningen binnen de band, vooral tussen Felder en Frey. Tijdens een liefdadigheidsoptreden in Long Beach op 31 juli 1980, voor senator Alan Cranston, liep het uit de hand: Felder maakte een sarcastische opmerking richting Cranston, Frey voelde zich beledigd en de twee bedreigden elkaar de rest van het concert. Na afloop sloeg Felder een gitaar aan diggelen. Kort daarna viel de band uiteen.
In de jaren tachtig en negentig richtte Felder zich op filmmuziek en sessiewerk, onder meer voor de Bee Gees, Diana Ross, Barbra Streisand en Stevie Nicks. Zijn eerste soloalbum, Airborne (1983), bevatte "Never Surrender", geschreven met Kenny Loggins en gebruikt op de soundtrack van Fast Times at Ridgemont High. In 1985 sloeg hij een aanbod van Henley af om voor 5.000 dollar per week weer te gaan touren met de Eagles.
Toen de band in 1994 herenigde voor het live-album Hell Freezes Over, speelde Felder een akoestische, flamenco-achtige versie van "Hotel California". In 1998 werden de Eagles opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, waarbij Felder met alle huidige en voormalige leden "Take It Easy" en "Hotel California" speelde. Op 6 februari 2001 werd hij echter ontslagen uit de band. Er volgde een slepend geschil over winstverdeling en contracten, dat Henley en Frey met een tegenclaim beantwoordden; in mei 2007 werd de zaak buiten de rechtszaal geschikt. Felders memoires, Heaven and Hell: My Life in the Eagles (1974-2001), verschenen datzelfde jaar in het Verenigd Koninkrijk en in 2008 in de Verenigde Staten.
In Nederland bereikte Hotel California, uitgebracht als single op 22 februari 1977, de achtste plaats in de Top 40 en bleef acht weken genoteerd. De voorganger op de plaat, "New Kid in Town", deed het met een negende plaats en eveneens acht weken op de lijst vergelijkbaar goed. Opvallend genoeg klom Hotel California destijds dus niet verder dan de top tien, terwijl het nummer decennia later vrijwel jaarlijks tot de hoogste posities van de Top 2000 behoort.
Felder bleef ook na zijn vertrek actief. Met een tweede soloalbum, Road to Forever (2012), en een derde, American Rock 'n' Roll (2019), waarop onder anderen Sammy Hagar, Slash, Richie Sambora, Peter Frampton en Joe Satriani te horen zijn, bouwde hij een eigen naam op als singer-songwriter. Sinds 2005 toert hij met de Don Felder Band, vaak samen met acts als Styx, Foreigner en REO Speedwagon. In 2016 werd hij opgenomen in de Musicians Hall of Fame and Museum.
Als gitarist geldt Felder als een van de architecten van de gelaagde, gitaardominante sound waarmee de Eagles in de jaren zeventig het Amerikaanse rocklandschap bepaalden: zijn dubbelhalzige Gibson EDS-1275, waarop hij zowel de akoestische intro als de elektrische gitaarsolo's van "Hotel California" speelde, is inmiddels net zo iconisch geworden als het nummer zelf. Bijna vijftig jaar na het verschijnen van dat album blijft "Hotel California" wereldwijd een van de meest herkenbare rocknummers aller tijden, en Felders naam onlosmakelijk verbonden met de melodie die het allemaal begon.
