Jim Croce is overleden
James Joseph "Jim" Croce werd op 10 januari 1943 geboren in Zuid-Philadelphia, als zoon van Italiaans-Amerikaanse ouders wier families uit de Abruzzen kwamen. Op 20 september 1973 kwam hij, dertig jaar oud, om het leven bij een vliegtuigongeluk vlak na de start vanaf Natchitoches Regional Airport in Louisiana — een van de bekendste en meest betreurde sterfgevallen in de Amerikaanse singer-songwriterscene van de jaren zeventig.
Croce groeide op in Upper Darby Township, net ten westen van Philadelphia. Na de middelbare school en een jaar aan Malvern Preparatory School studeerde hij psychologie (met Duits als bijvak) aan Villanova University, waar hij in 1965 afstudeerde. Op de universiteit zong hij in verschillende campusgroepen, waaronder de Villanova Singers en de Villanova Spires — die buiten de campus optraden als "The Coventry Lads" — en werkte hij als student-dj bij radiozender WKVU. In 1963 ontmoette hij Ingrid Jacobson tijdens een zangwedstrijd in Philadelphia; het stel trouwde in 1966.
Zijn muzikale carrière kwam moeizaam op gang. Debuutalbum Facets (1966) werd in een oplage van slechts vijfhonderd exemplaren geperst, betaald met vijfhonderd dollar die Croce en Ingrid als bruiloftscadeau van zijn ouders hadden gekregen. Het duo trad de rest van de jaren zestig samen op, verhuisde in 1968 naar New York om voor Capitol Records het album Jim & Ingrid Croce op te nemen, en reed daarna, ontgoocheld door de muziekindustrie, meer dan driehonderdduizend kilometer door het land om het album te promoten — zonder het gewenste succes. Terug in Pennsylvania hield Croce zichzelf noodgedwongen in leven met bouwvakwerk, als vrachtwagenchauffeur en als gitaarleraar, en putte hij voor zijn songs inspiratie uit de personages die hij in lokale kroegen tegenkwam.
In 1970 ontmoette Croce, via producer Joe Salviuolo, de klassiek geschoolde gitarist en zanger Maury Muehleisen. Aanvankelijk begeleidde Croce Muehleisen, maar al snel draaiden de rollen om en werd Muehleisen de vaste leadgitarist op Croce's eigen nummers — een samenwerking die tot aan Croce's dood zou standhouden. Nadat zijn vrouw Ingrid hem in december 1970 had verteld dat ze zwanger was, schreef Croce het nummer "Time in a Bottle"; zoon Adrian James ("A.J.") Croce werd in september 1971 geboren.
De doorbraak volgde in 1972, toen Croce bij ABC Records tekende voor een driealbumcontract. Zijn derde album, You Don't Mess Around with Jim, leverde drie hitsingles op: de titeltrack, "Operator (That's Not the Way It Feels)" en het aanvankelijk als albumtrack uitgebrachte "Time in a Bottle". Het volgende album, Life and Times (1973), bracht met "Bad, Bad Leroy Brown" de enige nummer 1-hit die Croce nog tijdens zijn leven zou meemaken: in juli 1973 bereikte het nummer de top van de Amerikaanse hitlijsten. Ook in Nederland deed het nummer goede zaken: het kwam tot de zevenentwintigste plaats van de Nederlandse Top 40 en de twintigste plaats van de Single Top 100.
Op 20 september 1973 gaf Croce, samen met Muehleisen, een concert in de Prather Coliseum van Northwestern State University in Natchitoches, Louisiana. Ruim een uur na afloop steeg het gecharterde vliegtuig op om het gezelschap naar Sherman, Texas, te brengen voor een volgend optreden aan Austin College. Vrijwel direct na de start stortte het toestel neer; niemand aan boord overleefde de crash, onder wie behalve Croce en Muehleisen ook piloot Robert N. Elliott, manager Kenneth D. Cortese, roadmanager Dennis Rast en komiek George Stevens. Onderzoek van de Amerikaanse luchtvaartautoriteit NTSB wees als waarschijnlijke oorzaak aan dat de piloot, die kampte met ernstige kransslagaderproblemen en kort voor vertrek nog een eind naar het vliegveld had gerend, door lichamelijke uitputting en mist de obstakels bij het opstijgen niet op tijd had gezien.
Croce werd begraven op Haym Salomon Memorial Park in Frazer, Pennsylvania. Zijn album I Got a Name, dat hij nog had voltooid maar niet meer had kunnen uitbrengen, verscheen op 1 december 1973 en leverde met onder meer "I'll Have to Say I Love You in a Song" en de titeltrack nog twee hits op. Door de golf aan radioverzoeken na zijn overlijden werd ook "Time in a Bottle" alsnog als single uitgebracht: begin januari 1974 bereikte het alsnog de eerste plaats van de Amerikaanse hitlijsten, Croce's tweede en laatste nummer 1-notering.
Croce werd in 1990 postuum opgenomen in de Songwriters Hall of Fame. Ingrid Croce opende in 1985 het restaurant Croce's Restaurant & Jazz Bar in San Diego, schreef in 1996 het kookboek Thyme in a Bottle en publiceerde in 2012 samen met Jimmy Rock de memoires I Got a Name: The Jim Croce Story. Zoon A.J. Croce groeide op tot singer-songwriter en begon in de jaren negentig zijn eigen muzikale carrière. In 2022 werd bij de voormalige boerderij van de familie in Lyndell een historische gedenkplaat voor Croce onthuld. Met nummers als "Time in a Bottle", "Operator" en "Bad, Bad Leroy Brown" klinkt Jim Croce's werk, meer dan vijftig jaar na zijn overlijden, nog altijd op de radio.
