Marty Balin (Jefferson Airplane) is overleden
Op 27 september 2018 overleed Marty Balin
Op 27 september 2018 overleed Marty Balin, medeoprichter en jarenlange zanger van Jefferson Airplane, op 76-jarige leeftijd in Tampa, Florida. Hij overleed onderweg naar het ziekenhuis; de precieze doodsoorzaak werd destijds niet openbaar gemaakt, al had Balin eerder dat jaar een rechtszaak aangespannen tegen een ziekenhuis in New York wegens een naar eigen zeggen mislukte operatie.
Balin werd op 30 januari 1942 geboren als Martyn Jerel Buchwald in Cincinnati, Ohio, en groeide op in de San Francisco Bay Area. In 1965 richtte hij samen met Paul Kantner, Jorma Kaukonen en zangeres Signe Anderson Jefferson Airplane op in een koffiehuis in San Francisco. Balin was niet alleen zanger, maar ook de drijvende kracht achter de vroege jaren van de band: hij regelde optredens, zocht management en gaf, zoals Kantner het later omschreef, leiding "op het niveau van vooruitdenken en organiseren."
Met zijn karakteristieke tenor werd Balin het gezicht van de psychedelische sound die Jefferson Airplane definieerde, zeker nadat Grace Slick in 1967 instapte als vervanger van Signe Anderson. Op het doorbraakalbum Surrealistic Pillow (1967) schreef hij mee aan vijf nummers, waaronder "Comin' Back to Me" en het openingsnummer "She Has Funny Cars". Ook "It's No Secret," "Today," "Plastic Fantastic Lover," "Share a Little Joke" en "Volunteers" droegen zijn signatuur. De band trad op tijdens iconische momenten als het Human Be-In, het Monterey Pop Festival, Woodstock en Altamont — waar Balin tijdens het beruchte concert werd geslagen door Hells Angels toen hij een bezoeker uit het publiek probeerde te helpen. Gedesillusioneerd door de bandcultuur en het toenemende drugsgebruik verliet hij de groep in 1972.
Balin keerde terug toen Paul Kantner de band in 1974 nieuw leven inblies als Jefferson Starship. Hij leverde "Caroline" aan het album Dragon Fly (1974) en sloot zich in 1975 officieel weer aan. Dat jaar verscheen Red Octopus, het enige nummer 1-album van de band, met Balins compositie "Miracles" — een top 5-hit — en nummers als "With Your Love," "Count on Me" en "Runaway." In 1978 vertrok hij opnieuw vanwege vermoeidheid door het constante touren, maar hij keerde terug voor een reünietour in 1989 en opnieuw in 1993, tot hij in 2008 definitief afscheid nam van de band.
Ook als soloartiest liet Balin van zich horen: zijn debuutalbum Balin (1981) leverde de top 10-hits "Hearts" en "Atlanta Lady" op, en hij bleef daarna actief als soloartiest.
Marty Balin liet zijn vrouw Susan Joy Balin achter, dochters Jennifer Edwards en Delaney Balin, en stiefdochters Rebekah en Moriah Geier. Met zijn stem en songs behoort hij tot de architecten van het geluid dat San Francisco eind jaren zestig wereldberoemd maakte.
