Op deze dag stond “Wooly Bully” van Sam the Sham & The Pharaohs op nummer 1 (1965)

Op deze dag stond “Wooly Bully” van Sam the Sham & The Pharaohs op nummer 1 (1965)Het is een van de meest herkenbare openingen uit de popgeschiedenis: de krakende, onvervalste aftelinstructie “Uno, dos, one, two, tres, quatro!”. Wanneer dit in de zomer van 1965 uit de radio schalde, wist iedereen in Nederland dat het feest kon beginnen. In de week van 31 juli 1965 stond “Wooly Bully” van Sam the Sham & The Pharaohs fier bovenaan de Nederlandse Top 40. Het was een moment waarop een eigenzinnige Amerikaanse garageband de hitlijsten domineerde en een onuitwisbare stempel drukte op de dansvloeren van die tijd.

Van mislukte auditie naar wereldhit

Het verhaal van “Wooly Bully” begint eigenlijk in 1964, in de legendarische Sam C. Phillips Recording Studio in Memphis. De band, onder leiding van de flamboyante Domingo “Sam” Samudio, had aanvankelijk een ander nummer in gedachten: “Hully Gully”. Vanwege auteursrechtelijke kwesties mocht die titel echter niet gebruikt worden. Samudio besloot ter plekke te improviseren en veranderde de titel naar “Wooly Bully” – een naam die volgens sommige verhalen afkomstig was van zijn kat, al claimde Samudio later zelf dat het een lokale uitdrukking was voor iemand die iets goed deed.

De opname zelf was een toonbeeld van spontaniteit. Het beroemde intro, een mengelmoes van Spaans en Engels, was bedoeld als tijdelijke aanduiding, maar werd door producer Stan Kesler behouden omdat het de rauwe energie van de band perfect vatte. Het nummer, gebouwd op een simpele 12-maten bluesstructuur en aangedreven door een opzwepend Farfisa-orgelrif en een rauw saxofoonsolo, sloeg in als een bom.

Een vreemde eend in de bijt

De context van 1965 was er een van de “British Invasion”, waarbij Britse bands als The Beatles en The Rolling Stones de Amerikaanse hitlijsten domineerden. “Wooly Bully” was een opvallend antwoord uit de Verenigde Staten. Het was een “garage rock”-nummer in de puurste vorm: ongepolijst, energiek en een beetje vreemd. De band viel bovendien op door hun excentrieke imago; ze traden op in pseudo-Arabische gewaden met tulbanden, wat hun imago van buitenbeentjes versterkte.

Hoewel het nummer in de Verenigde Staten nooit de nummer 1-positie in de Billboard Hot 100 bereikte – het bleef steken op de tweede plek achter hits van The Beach Boys en The Supremes – werd het wel uitgeroepen tot Billboard’s nummer 1-single van het jaar 1965. In Nederland was de ontvangst euforisch. Het nummer stond in de zomer van 1965 maar liefst vier weken op de eerste plaats in de Nederlandse Top 40, van 10 juli tot en met 6 augustus. Het werd daarmee de eerste Amerikaanse nummer 1-hit in de toen nog prille Nederlandse Top 40.

Een erfenis van onzin en energie

Wat maakt “Wooly Bully” na al die jaren nog steeds zo iconisch? Het is het ultieme “no-nonsense” rock-‘n-rollnummer. De tekst, die over een mysterieus wezen met horens en een “wooly jaw” gaat, is voor velen nog altijd even onverstaanbaar als in 1965. Juist die nonsens-factor, gecombineerd met de aanstekelijkheid van de muziek, zorgde ervoor dat het nummer wereldwijd een partystandaard werd.

De betekenis van het nummer reikt verder dan alleen de hitlijsten. Het markeerde een moment waarop eenvoudige, energieke rockmuziek de commerciële wereld kon veroveren zonder dat daarvoor complexe arrangementen nodig waren. Generaties artiesten, van Bruce Springsteen tot talloze barbands wereldwijd, hebben het nummer sindsdien omarmd als een essentieel onderdeel van het rock-repertoire.

“Wooly Bully” is meer dan een stoffig archiefstuk uit 1965. Het is een herinnering aan een tijd waarin een spontane inval in een studio in Memphis kon leiden tot een wereldwijd fenomeen. De “Uno, dos…” die destijds door de Nederlandse huiskamers galmde, klinkt vandaag de dag nog net zo fris en onstuimig als toen.

Ik heb veel bronnen geraadpleegd. Desondanks kan er altijd een fout in staan.

Foto: Wikimedia Commons (publiek domein)