RONNIE WOOD – EEN LEVEN IN DE ROCK ’N ROLL
Ronald David Wood werd geboren op 1 juni 1947 in Hillingdon, West-Londen. Hij groeide op in een familie die generaties lang op woonboten leefde, waar muziek en creativiteit vanzelfsprekend waren. Al vroeg wist hij dat hij gitarist wilde worden. Zijn jeugd viel samen met de opkomst van de Britse rhythm-and-bluesrevolutie, en in de jaren zestig speelde hij in bands als The Birds en The Creation, die populair waren in de Londense modscene. Zijn energieke spel en zijn rauwe toon trokken al snel de aandacht.
In 1967 kreeg Wood zijn eerste grote doorbraak toen hij werd gevraagd voor de Jeff Beck Group. Samen met Jeff Beck en Rod Stewart maakte hij de invloedrijke albums Truth en Beck-Ola, die worden gezien als voorlopers van de hardrock en heavy blues. De samenwerking met Stewart bleek bepalend voor Woods verdere carrière. Hun muzikale klik leidde in 1969 tot de vorming van Faces, ontstaan uit de restanten van Small Faces. Faces groeide uit tot een van de meest geliefde rockbands van het begin van de jaren zeventig. De band stond bekend om zijn losse, energieke stijl, gedreven door Stewart als zanger en Wood als gitarist.
Ook in Nederland had Faces succes. Stay With Me werd een grote hit en groeide uit tot een blijvende klassieker. Cindy Incidentally bereikte eveneens de Nederlandse hitlijsten en bevestigde de populariteit van de band. Woods ritmische gitaarspel gaf Faces een herkenbare, soulvolle sound die zowel ruig als melodieus was.
Hoewel Wood in 1974 al begon samen te werken met The Rolling Stones en in datzelfde jaar zijn eerste soloalbum I’ve Got My Own Album to Do uitbracht, bleef Faces nog bestaan tot december 1975. Pas toen viel de band officieel uiteen. Voor Wood betekende dit het einde van een belangrijke periode, maar tegelijkertijd het begin van een nieuwe fase die hem naar een nog groter podium zou brengen.
Toen Mick Taylor in 1974 The Rolling Stones verliet, vroeg Keith Richards Wood om mee te spelen tijdens de opnames van het album Black and Blue. De muzikale klik was onmiddellijk. Woods losse, swingende stijl bleek de perfecte aanvulling op Richards’ riff-gebaseerde spel. In 1976 werd Wood officieel lid van The Rolling Stones, een positie die hij tot op de dag van vandaag met trots vervult. Met de Stones speelde Wood op talloze albums die inmiddels tot de rockgeschiedenis behoren. Some Girls uit 1978, met nummers als Miss You en Beast of Burden, liet horen hoe goed Wood in de band paste.
Tattoo You uit 1981, met onder meer Start Me Up, werd een van de best verkochte Stones-albums. Ook in de decennia daarna bleef Wood een vaste waarde, zowel in de studio als op het podium. Zijn soepele frasering en zijn vermogen om Richards perfect aan te vullen, maken hem tot een onmisbaar onderdeel van de Stones-sound.
Naast zijn werk met de Stones bouwde Wood een solocarrière op. Zijn soloplaten tonen een meer persoonlijke, bluesy kant van zijn muzikale identiteit. Tegelijkertijd ontwikkelde hij zich als beeldend kunstenaar. Zijn schilderijen, vaak geïnspireerd door muziek en podiummomenten, worden wereldwijd tentoongesteld. Zijn werk was onder meer te zien in het Groninger Museum tijdens de Rolling Stones-expositie Unzipped.
Nederland speelt een bijzondere rol in Woods carrière. In mei 1995 gaf hij met The Rolling Stones twee legendarische Stripped-concerten in Paradiso, die door fans worden beschouwd als hoogtepunten in de Nederlandse Stones-geschiedenis. Over een toekomstig solo-optreden in Paradiso bestaat op dit moment geen bevestigde informatie. Er is geen officiële aankondiging die erop wijst dat Wood solo naar de zaal terugkeert.
Ronnie Wood werd twee keer opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. In 1992 werd hij officieel toegevoegd als lid van The Rolling Stones, nadat de band zelf in 1989 was geïntroduceerd maar Wood destijds nog niet werd meegeteld. In 2012 volgde zijn tweede introductie, ditmaal met Faces. Deze erkenningen onderstrepen zijn langdurige en veelzijdige bijdrage aan de rockmuziek.
Ronnie Wood is een van de laatste echte rock-‘n-rollfiguren: een man die zijn leven heeft gewijd aan muziek, kunst en het podium. Zijn nalatenschap is die van een muzikant die nooit stilstaat, die blijft creëren en inspireren. Zijn invloed is voelbaar in de grote stadions waar de Stones speelden, in de kleine zalen waar hij solo optrad, en in de kunstwerken die hij met dezelfde passie maakt als waarmee hij gitaar speelt. Hij is een levende legende, maar bovenal een muzikant die altijd trouw is gebleven aan zijn eigen geluid.
